Soms toch 2% overdrachtsbelasting bij omzetting bedrijfspand naar woning

Printvriendelijke versie

De Hoge Raad heeft al verschillende arresten gewijd aan de hoogte van de overdrachtsbelasting bij omzetting van bedrijfspanden naar woningen. Als er geen sprake is van nieuw onroerend goed heeft de koper geen recht op het lage 2%-tarief overdrachtsbelasting. In uitzonderingsgevallen kan het wel, namelijk als u als koper beschikt over een omgevingsvergunning. Hoe gaat dat in z’n werk?

Koopt u een onroerende zaak, dan moet u normaal gesproken 6% overdrachtsbelasting betalen. In 2011 is ingevoerd dat voor woningen het lage tarief van 2% geldt. Of een pand voor de overdrachtsbelasting als woning wordt gekwalificeerd, hangt af van de vraag of het voor bewoning is ontworpen en gebouwd en of dat na die tijd verbouwd is voor een andere gebruiksvorm, bijvoorbeeld als kantoorpand.
Als bij teruggang naar woonbestemming niet al te veel aanpassingen gepleegd moeten worden om het pand weer als woning te kunnen gebruiken, dan blijft voor de overdrachtsbelasting het oorspronkelijke doel bepalend. Als dat niet helemaal duidelijk is, kan ook nog worden meegewogen welke eisen en beperkingen voortvloeien uit publiekrechtelijke voorschriften. Dat zou bijvoorbeeld kunnen zijn een bestemmingswijziging of omgevingsvergunning).

De laatste jaren worden veel kantoor- en ander bedrijfsgebouwen omgebouwd naar woningen. Vanwege het oorspronkelijke doel is bij de overdracht hiervan nog steeds 6% overdrachtsbelasting verschuldigd. Dat er bijvoorbeeld al een bouwtekening en een gesloten koop-/aannemingsovereenkomst is, speelt hierbij geen enkele rol.
In een recente zaak speelde dat het kantoorpand aan de binnenkant al helemaal gesloopt was en niet meer met beperkte aanpassingen kon worden teruggebracht naar de oorspronkelijke bestemming. Op het moment dat voor de daarin te vestigen appartementen een koop-/aannemingsovereenkomst met nieuwe eigenaren was gesloten, was er geen sprake meer van mogelijk behoud van de oorspronkelijke kantoorfunctie. Daartegenover stond dat ook niet gesteld kon worden dat het pand inmiddels naar zijn aard voor bewoning bestemd was. Op dat moment gingen de arresten van de Hoge Raad meespelen en werden de eisen en beperkingen die voor (het gebruik van) voortvloeiden uit publiekrechtelijke voorschriften meegewogen.
De kopers waren in bezit van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning. Daarmee werd een beroep op het verlaagde overdrachtsbelastingtarief mogelijk.

Wilt u meer weten over toepassing van het verlaagde tarief voor overdrachtsbelasting? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Bron: NLbeheer.nl en Vastgoedactueel 6 juni 2018